Maandelijks archief: april 2016

Dokterskrant #3

INHOUD van nummer 3, april 2016


KORT

Thomas_Verbogt_jaren_geleden
Thomas Verbogt

‘Kunt u in het kort zeggen waarover u de dokter wilt spreken?’ Dat is de vraag nadat ik die over mijn geboortedatum juist heb beantwoord. De vraag wordt gesteld door de assistente van mijn huisarts.

Mijn huisarts heeft een inloopspreekuur, zeer vroeg op de ochtend, en er bestaat de mogelijkheid tot een afspraak. Als je op het inloopspreekuur komt, moet je je uiteraard ook melden met je geboortedatum, maar dan hoef je nooit in het kort te zeggen waarvoor je komt.

Op het inloopspreekuur kom je met een duidelijke klacht, zo’n klacht waarvan je weet dat die niet te veel wachttijd voor de andere patiënten veroorzaakt. Een afspraak buiten het inloopspreekuur om gaat dikwijls om een ander soort klacht. Een vage, geheimzinnige kwaal die al een tijdje licht zeurend actief is. Ook nog op een psychisch kwetsbare plek. Misschien te klein voor woorden, maar wat klein is kan grote gevolgen hebben. Als Napoleon geen aambeien had gehad, had hij de slag bij Waterloo misschien niet verloren. Nu noem ik aambeien niet iets kleins, maar binnen de context van zo’n veldslag weer wel.

Soms kun je iets niet in het kort zeggen. Vooral als je zelf niet deskundig bent, in dit geval deskundig op medisch gebied. Ik kan voordoen wanneer het pijn doet, maar per telefoon is dat lastig. Dan moet je een beweging omschrijven. Iedereen die naar sportverslagen op de radio luistert, weet dat daar nogal wat bij komt kijken.

Ik zeg dus dat ik het niet in het kort kan. De assistente zwijgt berispend. Ik kan het hier dus niet bij laten en moet iets verzinnen. Maar ik wil eigenlijk zeggen dat ons lichaam óók een mysterie is dat zich nauwelijks laat begrijpen. En dat we daarover soms moeten praten, de dokter en ik. En misschien zij ook. Maar niet via de telefoon alsjeblieft. Geen enkel mysterie verdraagt dat.



Nieuwe Schijf van Vijf: naar supergezond eten

Half zo veel biefstukken, varkenshaasjes en hamlappen, meneer. Schrap een derde deel van uw magere rode vlees, mevrouw. Vet vlees, worst en vleeswaren liefst helemaal van de eettafel. Van de nieuwe Schijf van Vijf van het Voedingscentrum (afgelopen maart gepubliceerd) zal de slager niet vrolijk worden.

De groenteboer wel. Dagelijks moeten we volgens het gerenommeerde voedingsadvies minstens 250 gram groente eten. En daarbij nog eens 200 gram fruit. Voor de meeste Nederlanders komt dat neer op twee keer zo veel groente als ze gewend zijn.

schijf van vijf-01Het zuivelvak van de supermarkt wordt, als we de Schijf met z’n allen gaan volgen, misschien niet kleiner maar gaat wel een stuk saaier ogen. Weg met al die vrolijk gekleurde bakjes met zoete toetjes. Weg ook met de literpakken vla, want daarvan nemen we hooguit nog één bordje in de week.

Het land van de vanillevla wordt het land van magere of halfvolle melk, yoghurt en kwark. Vla is door het Voedingscentrum ingedeeld bij de ‘weekkeuzes’, extraatjes ‘voor het lekker’, kleine zonden zogezegd, zoals een glas wijn of een stroopwafel. Drie keer per week één zo’n extraatje, en daarmee uit.

Radicaal zijn ze van de Schijf gehaald: de te vette, te zoete en te zoute producten. Geen plek meer in de keuken voor voedingsmiddelen met veel calorieën in verhouding tot hun gehalte aan vitaminen, mineralen en andere nuttige voedingsstoffen.

Op de website van de Schijf van Vijf staan voorbeeldmenu’s, niet alleen Hollands, ook Marokkaans, Turks, Surinaams, Frans en Italiaans.

Samengevat is er in de keuken alleen nog plaats voor groente, fruit, volkoren granen, wat mager vlees, wat eieren, wat vis, peulvruchten, olie, halvarine en magere of halfvolle, in elk geval ongezoete zuivelproducten. En we doen er goed aan dagelijks een handje noten te eten. Maar niet te vroeg juichen: mits ongezouten.

De eerste Schijf van Vijf werd al in 1953 gelanceerd en was op slag een begrip. Regelmatig zijn de afgelopen jaren, in lijn met verworven wetenschappelijke inzichten, nieuwe versies gepubliceerd. Het voedingsadvies dankt zijn naam aan het beeld van een in vijf parten verdeelde cirkel. Je was goed bezig als je elke dag iets uit elk part at.

De nieuwe Schijf haalt een streep door dit simpele en heldere concept. De vijf parten zijn uitgesplitst; eigenlijk zijn het er acht geworden. Met verschillende kleuren en maten om aan te geven dat er meer of minder van het betreffende voedingselement genuttigd moet worden.


Kwallen: lastpakken, maar zelden gevaarlijk

Met een pijnlijke of jeukende rode plek uit zee komen: bij aflandige wind wil het nog weleens gebeuren. Gelukkig veroorzaken de ‘beten’ van de kwallen die langs onze kust    voorkomen zelden ernstige problemen.

Vier soorten leven er in de Noordzee, waarvan er twee in elk geval geen kwaad kunnen: de blauwe paddenstoelkwal en de oorkwal. Die laatste, te herkennen aan de roze-achtige ringen onder het ‘hoedje’ is het talrijkst.

kompaskwal
Kompaskwal

Giftig voor mensen zijn de kompaskwal, herkenbaar aan zijn bruine V-vormige strepen, en de blauwe haarkwal, een platte bleek geel tot blauwe kwal. Allebei hebben ze tentakels die behoorlijk lang kunnen worden, die van de kompaskwal wel tot twee meter.

In die tentakels zitten zogenaamde netelcellen (nematocysten), gifkliertjes met holle naaldjes die bij aanraking gif in de huid injecteren. Je zou dus eigenlijk niet van een kwalllenbeet moeten spreken maar van een kwallensteek. Het gif veroorzaakt de klachten.

Het gaat om een toxische ontstekingsreactie die zorgt voor pijn, jeuk en roodheid van de huid die met de tentakels in aanraking is gekomen. Soms, als sprake is van een groot aantal steken of bij allergie, kunnen de klachten ernstiger zijn. En let op: ook een aangespoelde kwal kan nog steken!

oorkwal
Oorkwal

Wie na een kwallensteek hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid of ademhalingsproblemen ervaart doet er goed aan direct contact met een arts op te nemen of het alarmnummer 112 te bellen. Gelukkig leveren steken van Noordzee-kwallen zelden deze verschijnselen op.

Lastpakken blijven het wel. Wie een kwallensteek oploopt kan het best zo snel mogelijk zijn heil zoeken op strand of boot. Het volgende kan worden gedaan om het leed te verzachten:

  • Zand strooien op de geïrriteerde huid geeft snel verlichting.
  • Spoel de huid af met zeewater EN NIET MET ZOET WATER dat nematocysten kan activeren meer gif af te scheiden.
  • Schraap voorzichtig met een mes eventuele resten van tentakels van de huid. Doe dat niet met blote handen en wrijf niet op de huid.
  • Bind vervolgens gedurende een half uur een natte doek om de plek van de steek.
  • Bij aanhoudende klachten wil een middeltje tegen insectenbeten wel helpen. In het geval van heftige jeuk die niet overgaat biedt een anti-jeukzalf (op recept van de huisarts bij de apotheek verkrijgbaar) uitkomst.

Wil je weten wat op een stranddag op een bepaalde plaats langs onze kust de overlast van kwallen is, raadpleeg dan de site Kwallenradar.nl.

Wie afreist naar de Middellandse Zee kan te maken krijgen met de giftige parelkwal. Het kleine dier (diameter van 10 cm, met neteldraden tot wel 3 meter) is in de afgelopen jaren een ware plaag geworden. Het heeft een paarse kleur met in het donker een gele gloed. De steek hoeft niet gevaarlijk te zijn (behalve voor mensen met een kwallenallergie!), maar is buitengewoon pijnlijk.

Je moet al ver van huis de zee in springen om kans te lopen op een ontmoeting met een echt dodelijke kwal. Berucht is de kubuskwal (box jellyfish of ook wel zeewesp) die vooral in de Indische en Stille Oceaan voorkomt. Het meest giftige dier ter wereld. De steek van deze reus (met een lichaam van zo’n 3 meter) is direct dodelijk en hij kan heel snel zwemmen: wel tot 2 meter per seconde.

Niet minder dodelijk is in hetzelfde leefgebied (rond Australië, Maleisië) de kleine Irukandji. Juist hun geringe formaat maakt ze zo gevaarlijk: je merkt ze nauwelijks op.

Beslist ook uit de buurt blijven van het Portugees Oorlogsschip, tot 35 cm groot en met meters lange tentakels, te vinden in de warme wateren rond de evenaar, maar in recente jaren ook in de Middellandse Zee opgedoken. Het Portugees Oorlogsschip is feitelijk geen kwal maar een kolonie van honderden poliepen die samenleven onder een ‘gevulde blaas’. Gelukkig zelden dichtbij de kust. De steek is in strikte zin niet dodelijk, maar kan er wel voor zorgen dat spieren (ook de hartspier!) verlamd raken.


Houd de rug sterk en beweeglijk

rug-nlRugoefeningen, samen met goede voorlichting over houding en bewegen, beschermen tegen lage rugpijn. Wie regelmatig oefent en beter leert bewegen halveert de kans op pijnklachten. Dat concluderen Australische en Braziliaanse onderzoekers, die alle onderzoeken die zijn gedaan naar het terugkeren van lage rugpijn verzamelden. In het medisch-wetenschappelijke blad JAMA International Medicine deden ze verslag van hun bevindingen.

Ze keken ook naar andere preventiemethoden zoals inlegzooltjes en ruggordels. Maar die blijken niet te helpen.

Lage rugpijn is voor heel veel mensen een probleem. In ons land heeft jaarlijks één op de elf mensen ernstige of hardnekkige rugpijn, terwijl 40 procent een tijdje last heeft van zijn rug. Meestal is het rugpijn ‘zonder uitstraling’. De kans dat het om een hernia gaat (een beknelde zenuw uit het ruggenmerg) is dan klein.

Vaak is de oorzaak van een aantal dagen achtereen pijn een geïrriteerde pees of spier. Zo’n ontsteking gaat na verloop van tijd vanzelf weer over. Maar bij de helft van de mensen speelt de rug vroeger of later opnieuw op. De kans dat dit gebeurt valt dus kleiner te maken als je je goed laat voorlichtten en regelmatig oefeningen doet. De rug sterk en beweeglijk houden, daar gaat het om.


Sociale Teams in onze gemeente

Een steuntje in de rug nodig? Een helpende hand of alleen maar een luisterend oor? Wie klem komt te zitten in het leven, het even niet meer ziet zitten, kan contact opnemen met een van de Sociale Teams die sinds kort in onze gemeente actief zijn.

Zulke wijkteams speelden in de grote steden al langer een rol bij sociale problematiek. Nu vervullen ze een spilfunctie op een breed terrein van zorg, hulp en ondersteuning. Iedereen, jong en oud, mensen met en zonder beperking, kan er een beroep op doen.

In de teams werken mensen van diverse zorg- en welzijnsorganisaties samen met de gemeente: wijkverpleegkundige, maatschappelijk werker, opbouwwerker en wmo-consulent. Ook Stichting Welzijn is nog steeds actief: zij regelen onder andere aanvragen voor personenalarmering en de tafeltje-dek-je voorziening. Als huisartsenpraktijk werken we, zeker nu kwetsbare mensen steeds vaker thuis wonen, graag nauw samen met de Sociale Teams.

mantelzorg
Mantelzorg door Johan van Hoof.
Foto: Willem Bod

Het is de bedoeling dat mensen die zorg, hulp of ondersteuning nodig hebben zichzelf aanmelden bij het team in hun buurt. Een medewerker maakt dan een afspraak voor een ‘keukentafelgesprek’. Dat kan bij u thuis, maar het mag ook ergens anders zijn. U kunt altijd iemand vragen bij het gesprek aanwezig te zijn, iemand uit de familie bijvoorbeeld, een goede kennis of mantelzorger.

Allerlei zaken kunnen tijdens het ‘keukentafelgesprek’ aan de orde komen: niet alleen de behoefte aan zorg of een voorziening, ook problemen van financiële aard of met de opvoeding van de kinderen, eenzaamheid, klussen die nodig gedaan moeten worden. U maakt duidelijk met welke vraag u zit, wat u zelf kunt doen, of en hoe uw omgeving bij kan springen en of u professionele hulp of ondersteuning wil. Als die nodig is, wordt u geholpen een aanvraag bij de gemeente in te dienen. Het kan om zorg of om een voorziening gaan. Na goedkeuring krijgt u dan een formele beschikking dat u daar recht op heeft.

Elke donderdag worden binnen het Sociale Team nieuwe aanmeldingen besproken en naar soort hulpvraag ingedeeld om u aan de juiste man of vrouw te helpen. U heeft een vaste ondersteuner die onafhankelijk van de gemeente uw belangen vertegenwoordigt. Voor zijn of haar hulp hoeft u niet zelf te betalen.

Zodra u hulp of zorg van een specialistische organisatie krijgt neemt die organisatie het contact over. Zo heeft u altijd een vast aanspreekpunt.

De Sociale Teams zijn, met uitzondering van feestdagen, van maandag tot en met vrijdag tijdens kantooruren bereikbaar.

Voor mensen uit Groesbeek-Noord en Heilig Landstichting (postcodegebieden 6561 en 6564): 024-3013741

Voor mensen uit Groesbeek-Zuid, Breedeweg en De Horst (postcodegebied 6562): 024-301342.


Eenzaamheid: net zo ongezond als roken

Dat roken de gezondheid schaadt, weet een kind. Maar wie kijkt er niet van op dat sociaal isolement nauwelijks minder schadelijk is? En een belangrijker oorzaak van vroegtijdig overlijden dan overgewicht of gebrek aan lichaamsbeweging?

Mensen die sociaal geïsoleerd, eenzaam zijn sterven eerder omdat zij fysiek ongezonder zijn, aldus onderzoekers van de University of North Carolina. Ze baseren zich op vier langlopende Amerikaanse studies naar gezondheid en welzijn.

Het verband tussen eenzaamheid en verhoogd sterfterisico werd al wel langer vermoed. Het Amerikaanse onderzoekteam heeft het ‘hard gemaakt’. Het team koos voor vier indicatoren die iets zeggen over lichamelijke gezondheid: bloeddruk, heupomtrek en BMI (Body Mass Index) en C-actief proteïne (een maat voor ontstekingen). Hun onderzoek toonde aan dat sociaal isolement bloeddruk en C-actief proteïne negatief beïnvloedt. Bij heupomvang en BMI werd ook zo’n verband gevonden, maar alleen bij adolescenten.


LEESTIP

Hoe het is om dement te zijn

dementie_dirkseHoe is het om dement te zijn? Wat we daarover weten, weten we vooral van mensen die niet aan de ziekte lijden: naasten, zorgverleners. Uit de tweede hand dus. In het onlangs verschenen boek ‘Ik heb dementie’, samengesteld door dementiedeskundige Ruud Dirkse en klinisch geriater Marcel Olde Rikkert komen ze zelf aan het woord: 45 dementiepatiënten schrijven openhartig over hoe het is om met hun ziekte te leven. Zij richten zich tot lotgenoten, vertellen over hun angsten en zorgen, momenten van verwarring en paniek, maar ook over acceptatie en wat hun leven nog altijd de moeite waard maakt. Goede raad is er ook. De belangrijkste is wel, in de woorden van Angelique (63) uit Renswoude: ‘Blijf over je dementie praten met de mensen om je heen en schaam je vooral niet.’

Beter leven met dementie, dat is ook wat geriater Anneke van der Plaats met haar nieuwe boek ‘De dag door met dementie’ voor ogen heeft. Maar met haar coauteur, zorgaanbieder Dick Kits, richt ze zich op mantelzorgers (familie, vrienden), op wier schouders de dementiezorg steeds meer neerkomt.

dementie_plaatsMet de beste bedoelingen worden uit onbegrip veel onnodige fouten gemaakt. Waarom gedraagt iemand met dementie zich zoals die zich gedraagt? Naarmate je daar wat meer van begrijpt kun je beter met dementen omgaan: dat is Van der Plaats’ uitgangspunt. Haar boek staat vol met praktische tips. Zoals deze. Dementen herinneren zich vooral de wereld zoals die er vroeger uitzag. Trendy meubels worden vaak niet als meubels herkend. Dus richt om desoriëntatie te voorkomen de woonkamer ‘ouderwets’ in. Mensen met dementie luisteren graag naar muziek. Maar dat moet muziek met een duidelijk ritme en voorspelbare melodie zijn. Zoek liefst muziek uit de jeugdjaren uit. Zorg dat mensen bewegen, zeker even voor het avondeten. Het verhindert dat opgehoogd vocht in de benen door al het zitten ’s nachts terug naar het lichaam vloeit en tot WC-bezoek of bedplassen leidt.

Ruud Dirkse en Marcel Olde Rikkert, Ik heb dementie, uitg. Sinds 1883, Leiden, 2016. Prijs: € 19,95.

Anneke van der Plaats en Dick Kits, De dag door met dementie, Helder handboek voor iedereen, uitg. Kroese Kits, Gorinchem, 2016. Prijs: € 19,95.